Financiën

Toestand op balansdatum en resultaten

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Activa

Materiële vaste activa

410.412

381.573

Financiële vaste activa

262

262

Totaal vaste activa

410.674

381.835

Voorraden

1.530

1.420

Vorderingen

12.187

10.114

Liquide middelen

5.388

6.007

Totaal vlottende activa

19.105

17.541

Totaal activa

429.779

399.376

Passiva

Eigen vermogen

149.991

136.041

Voorzieningen

-

9

Langlopende schulden

242.355

229.428

Kortlopende schulden

37.433

33.898

Totaal passiva

429.779

399.376

(cijfers x € 1.000)

2025

2024

2023

2022

Investeringen

48.468

37.707

36.754

54.560

Afschrijvingen

19.616

17.674

15.070

14.702

Toelichting op de activa

Materiële vaste activa

De totale investeringen in 2025 bedragen € 48,5 miljoen ten opzichte van € 37,7 miljoen in 2024.

Vorderingen

Voornaamste reden voor de toename van het saldo is de stijging van de drinkwatertarieven, dit zorgt voor een hoger openstaand debiteurensaldo einde jaar in vergelijking met voorgaand jaar.

Toelichting op de passiva

Eigen vermogen

Door toevoeging van het resultaat 2025 stijgt het eigen vermogen. Het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van het balanstotaal stijgt met 0,8% voornamelijk door de toename van het balanstotaal als gevolg van de toename van de materiele vaste activa.

Langlopende schulden

In 2025 is één lening aangetrokken van in totaal € 23 miljoen. Er is € 12,8 miljoen afgelost op bestaande leningen. De totale leningenportefeuille bedraagt eind 2025 € 238 miljoen, waarvan € 14 miljoen kortlopend. Vanuit financiële conventanten met geldverstrekkers dient de solvabiliteit minimaal 30% te zijn, de ICR minimaal 1,5 en de Net Debt ratio mag maximaal 8,5 bedragen. Oasen voldoet aan alle eisen in 2025. Onder de langlopende schulden wordt ook de bijdrage van derden met betrekking tot de aanleg van aansluitleidingen verantwoord. De jaarlijkse amortisatie wordt verantwoord onder de overige netto omzet. Op de balans is € 19 miljoen verantwoord als bijdrage derden, waarvan € 0,8 miljoen kortlopend is.

Kortlopende schulden

De stijging van € 3,5 miljoen komt grotendeels door toename van de aflossingsverplichting en openstaande schuld aan crediteuren einde jaar.

Winst- en verliesrekening

(bedragen x € 1.000)

2025

2024

Bedrijfsopbrengsten

Netto-omzet waterlevering

97.819

94%

87.413

94%

Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf

3.279

3%

3.215

3%

Overige netto-omzet

3.350

3%

2.959

3%

Som der bedrijfsopbrengsten

104.448

100%

93.587

100%

Bedrijfslasten

Inkoop water

6.464

6%

7.024

7%

Personeelskosten

25.185

24%

23.218

25%

Overige bedrijfskosten

33.274

32%

32.459

35%

Afschrijvingen

19.616

19%

17.674

19%

Som der bedrijfslasten

84.539

81%

80.375

86%

Bedrijfsresultaat

19.909

19%

13.212

14%

Financiële lasten en baten

-5.640

-6%

-5.297

-6%

Resultaat voor belastingen

14.269

13%

7.915

8%

Vennootschapsbelasting

319

0%

23

0%

Resultaat na belastingen

13.950

13%

7.892

8%

Netto-omzet waterlevering

Het drinkwatertarief (incl. provinciale heffing) is gestegen van € 1,064 per m³ in 2024 naar € 1,068 per m³ in 2025. Daarnaast is het vastrecht tarief gestegen van € 85,20 in 2024 naar € 104,65 in 2025. De stijging van de tarieven in combinatie met meer aansluitingen en een hogere afzet (0,9 miljoen m³) zorgt voor een stijging van de netto-omzet waterlevering.

Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf

Door toename van het uurtarief stijgen de opbrengsten licht. Geactiveerde productie voor het eigen bedrijf werd voorheen onder de personeelskosten als geactiveerde directe loonkosten gepresenteerd. Vanaf 2025 wordt deze post onder de bedrijfsopbrengsten gepresenteerd, de vergelijkende cijfers 2024 zijn aangepast.

Overige netto-omzet

De voornaamste oorzaak voor de stijging is de toename van de vrijval egalisatierekening bijdragen derden (+ € 0,2 miljoen). De bijdrage van klanten in de aanleg van aansluitleidingen valt in 25 jaar vrij in de overige netto-omzet. Het restant van de stijging ad € 0,2 miljoen wordt veroorzaakt door toename van administratievergoedingen en incidentele opbrengsten.

Inkoop water

Er is minder water ingekocht, en tegen een lager tarief dan in 2024.

Personeelskosten

De toename in de personeelskosten is een gevolg van een toename in het gemiddeld aantal fte (+ 4,6), cao stijgingen en periodieke verhogingen. Daarnaast stijgt de reservering van het restant verlof op de balans, wat voor meer dotatie zorgt in de personeelskosten. Deze zaken zorgen voor een toename van € 2,0 miljoen.

Overige bedrijfskosten

De totale kosten zijn met € 0,8 miljoen gestegen ten opzichte van 2024.

De grootste afwijkingen zijn:

  • Energie: een daling van € 4,3 miljoen door lagere tarieven.

  • Inhuur personeel: een stijging van € 1,9 miljoen t.b.v. opvulling openstaande vacatures.

  • Onderhoud leidingen: een stijging van € 0,6 miljoen door meer onderhoud en lekkages.

  • Onderhoud locaties: een stijging van € 0,6 miljoen door meer uitgevoerd onderhoud.

  • Overige algemene kosten: een stijging van € 1,0 miljoen door toename diverse (incidentele) kosten.

  • Als laatste zijn er meer incidentele projecten uitgevoerd, wat zorgt voor een stijging van € 0,8 miljoen.

Afschrijvingen

De afschrijvingen zijn € 1,9 miljoen hoger dan in 2024. Een hoger investeringsvolume afgelopen jaren zorgt voor meer activeringen waarop afgeschreven wordt. In oktober 2024 is een nieuw zuiveringsstation in Kamerik in gebruik genomen, dit zorgt in 2025 voor € 1,2 miljoen aan extra afschrijvingen.

Rentelasten

In 2025 is een lening van € 23 miljoen aangetrokken, met een looptijd van 20 jaar, tegen een rente van 3,514% per jaar. Deze lening is aangetrokken om het financieringstekort op te vangen. Het gemiddelde rentepercentage op langlopende leningen is 2,6% (2024: 2,4%).

Vennootschapsbelasting

Per 1 januari 2016 is Oasen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. Alle niet wettelijke (commerciële) drinkwateractiviteiten zijn belastingplichtig. Het belastbaar resultaat op niet wettelijke drinkwateractiviteiten is hoger dan in andere jaren. Daarnaast is er over de jaren 2022 t/m 2024 een correctie ingediend.

Resultaat

In 2025 is een WACC gerealiseerd van 4,86%. Dit is hoger dan het wettelijke maximum van 4,32%. Dit betekent dat ter compensatie, de maximale WACC ruimte voor Oasen in 2027 lager is dan het wettelijke maximum.

Financiële instrumenten

Onder financiële instrumenten worden zowel primaire financiële instrumenten zoals vorderingen en schulden, als financiële derivaten verstaan. Het gebruik van derivaten is uitsluitend toegestaan om renterisico’s te beperken en is gebonden aan een aantal randvoorwaarden. Deze voorwaarden staan beschreven in het treasurystatuut van Oasen. Oasen maakt op dit moment geen gebruik van derivaten.

Kredietrisico

Oasen loopt geen significante kredietrisico's. Verkoop vindt plaats aan reguliere particulieren en aan zakelijke afnemers die voldoen aan de kredietwaardigheidstoets van Oasen. Verkoop vindt plaats op basis van krediettermijnen tussen de 30 en 60 dagen. Voor grote leveringen kan een afwijkende krediettermijn van toepassing zijn. In dat geval worden aanvullende zekerheden gevraagd, waaronder garantiestellingen.

Liquiditeitsrisico

Oasen maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Als het noodzakelijk is dan worden nadere zekerheden verstrekt aan de kredietinstellingen.

Valutarisico

Oasen loopt geen valutarisico, de werkzaamheden vinden vrijwel allemaal plaats binnen Nederland.

Marktrisico

Oasen loopt risico op het gebied van energie, gedreven door volatiliteit in prijzen, de energietransitie en geopolitieke onzekerheden. Om dit risico te mitigeren koopt Oasen een groot gedeelte van de benodigde energie van te voren in tegen een vaste prijs.

Rente- en kasstroomrisico

Oasen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder de liquide middelen) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Wat betreft de vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten voor het renterisico gecontracteerd.

Financiële ontwikkelingen in 2026

Investeringen

Oasen heeft een meerjaren investeringsplan waarin de komende 5 jaren gemiddeld € 85 miljoen per jaar wordt geïnvesteerd.

Tariefontwikkeling

Het consumentendrinkwatertarief (kuubprijs) is met € 0,037 cent per m³ (exclusief belastingen) gestegen. Het vastrecht is gelijk gebleven aan 2024. Dit zorgt er voor dat de drinkwaterrekening voor een gemiddeld huishouden stijgt van € 277 naar € 281. Meer informatie over de tarieven is te vinden op de website van Oasen.

Oasen heeft in 2024 een overschrijding van € 1,9 miljoen van de toegestane vermogenskosten (WACC) gehad. Deze overschrijding is in de tarieven van 2026 gecompenseerd.

Financiering

In 2026 zal naar verwachting € 25 miljoen aan nieuwe leningen worden aangetrokken. Hiervan is € 14 miljoen ter herfinanciering van aflossingen. Gedurende het jaar worden eventuele kortlopende liquiditeitstekorten opgevangen met kortlopend geld (kasgeld).

Gebeurtenissen na balansdatum

Er zijn geen gebeurtenissen na balansdatum geweest die nadere informatie geven over de feitelijke situatie per balansdatum.

Risico’s en onzekerheden

Onroerend goed

Op dit moment is er een planning van aankoop van onroerend goed in 2026. Hierbij is sprake van een grote mate van onzekerheid. De nog te verwachte aankopen worden geraamd tussen de € 1 miljoen en € 2 miljoen en de verwachte verkopen op € 0,3 miljoen.

Pensioenpremies

Per 1 januari 2026 zijn de werkgeverpremies gestegen ten opzichte van 2025.

Belastingen

Per 1 januari 2016 is Oasen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting, alle niet wettelijke (commerciële) drinkwateractiviteiten zijn belastingplichtig. Over 2026 wordt een hoger bedrag te betalen verwacht dan in 2025.