Balans

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden verantwoord tegen aanschafwaarde onder aftrek van de terzake van de investeringen aan derden in rekening gebrachte bedragen. Materiële vaste activa worden in de balans verwerkt indien het waarschijnlijk is dat de toekomstige prestatie-eenheden met betrekking tot dat actief zullen toekomen aan de onderneming en de kosten van het actief betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. De kostprijs van de genoemde activa bestaat uit de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de activa op hun plaats en in de staat te krijgen noodzakelijk voor het beoogde gebruik.

Op de materiële vaste activa wordt afgeschreven vanaf het moment dat het actief beschikbaar is voor het beoogde gebruik. Afschrijving wordt beëindigd bij buitengebruikstelling of desinvestering van het actief. De afschrijvingspercentages zijn gebaseerd op de verwachte economische levensduur. Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de economische levensduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast.

Waardering na eerste verwerking vindt plaats tegen historische kostprijs. Bij de bepaling van de boekwaarde van materiële vaste activa wordt gebruikgemaakt van schattingen van afschrijvingstermijnen, deze zijn afgeleid van verwachtingen omtrent de technische en economische levensduur van de onderliggende activa. Als gevolg van veranderingen op het gebied van technologische ontwikkelingen of in het gebruik van de activa kunnen veranderingen ontstaan in de levensduur van de activa. Dit kan dan aanleiding geven tot een bijzondere waardevermindering.

Opbrengsten die zich kwalificeren als overheidssubsidies worden in mindering gebracht op de kosten van het actief. Bijdragen in de aanleg van aansluitleidingen, worden niet in mindering gebracht, maar verantwoord onder de langlopende schulden en via amortisatie ten gunste van het resultaat gebracht.

Uitgaven worden slechts geactiveerd voor zover deze bestemd zijn om de uitoefening van de werkzaamheid van Oasen duurzaam te dienen.

Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:

  • Aanschaf, nieuwbouw, vervanging en (grootschalige) wijzigingen van objecten wordt geactiveerd;

  • Uren die betrekking hebben op investeringen worden geactiveerd;

  • Activering vindt plaats tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs;

  • Kosten voor sloop/verwijdering worden geactiveerd als onderdeel van de investering, indien de sloop/verwijdering benodigd is om de investering daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. In alle andere gevallen wordt sloop/verwijdering verantwoord in de exploitatie;

  • Uitgaven worden slechts geactiveerd wanneer er sprake is van een levensduur groter of gelijk aan 3 jaar (duurzaam);

De volgende regels gelden voor toerekening van kosten aan investeringen(materiële vaste activa):

  • Alle kosten die volgen na de business case zijn investeringskosten.

  • Geen activering van indirecte interne kosten;

  • Geen activering bouwrente;

  • De kosten voor directievoering worden geactiveerd.

Beleid groot onderhoud

De kosten van het groot onderhoud zijn opgenomen in de kostprijs van het actief. De boekwaarde van de te vervangen bestanddelen van het actief is in één keer ten laste van het resultaat gebracht. Vanaf de eerste verwerking van het actief worden de kosten van het groot onderhoud als belangrijk bestandsdeel aangemerkt, welke afzonderlijk wordt afgeschreven op basis van de 'componentenbenadering'.

Beleid per groep
Terreinen, gebouwen, machines en installaties

De aanschaf en (nieuw)bouw van terreinen, gebouwen, machines en installaties (inclusief bronnen en pompen) wordt geactiveerd.

Leidingen

Geactiveerd wordt de aanleg, vervanging en wijziging van een leiding, ongeacht de hoogte van de kosten.

Vervoermiddelen

Vervoermiddelen worden geactiveerd.

Inventaris

Aanschaf van inventaris wordt geactiveerd.

Computerapparatuur (hard- en software)

Hard- en software wordt geactiveerd.

Afschrijvingsbeleid

Activa

Afschrijvingspercentage

Jaren

Grond

-

-

Terreinaanleg

5

20

Gebouwen

2,5 - 4

25 - 40

Restauratie en verbouwing

10

10

Bronnen

5

20

Machines/pompen/installaties

5 - 6,67

15 - 20

Ruw- en reinwaterleidingen

2,5

40

Transportleidingen

2,5

40

Hoofdleidingen

3

33,33

Aansluitleidingen

3,33 - 4

25 - 30

Inventaris

10

10

Computerapparatuur en telecommunicatie

33,33

3

Vervoermiddelen

20

5

Watermeters

6,67

15

RO membranen

10

10

Financiële vaste activa

De onder de financiële vaste activa verantwoorde kapitaalbelangen worden opgenomen tegen verkrijgingsprijs. De verkrijgingsprijs van de deelneming(en) op moment van verkrijging gesteld op de waarde van de deelneming zoals dat is overeengekomen, of de reële waarde van de andere tegenprestatie die door de deelnemende rechtspersoon in ruil is verstrekt, vermeerderd met eventuele kosten die direct toerekenbaar zijn aan het verkrijgen van de deelneming. Deelnemingen waarin geen invloed van betekenis wordt uitgeoefend, worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of lagere realiseerbare waarde. Indien sprake is van een stellig voornemen tot afstoting vindt waardering plaats tegen de eventuele lagere verwachte verkoopwaarde. Indien de onderneming een actief of een passief overdraagt aan een deelneming die wordt gewaardeerd op verkrijgingsprijs of actuele waarde, wordt de winst of het verlies voortvloeiend uit deze overdracht direct en volledig in de winst- en verliesrekening verwerkt, tenzij de winst op de overdracht in wezen niet is gerealiseerd.

Vlottende activa

Voorraden

Voorraden worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de kostprijs, zijnde de verkrijgings- of vervaardigingsprijs en overige kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. De vervolgwaarde voor de voorraden is kostprijs op basis van de 'first-in, first-out' (FIFO)-methode of lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de meest betrouwbare schatting van het bedrag dat de voorraden maximaal zullen opbrengen, onder aftrek van nog te maken kosten. De voorraden worden aangehouden voor de in het eigen bedrijf duurzaam aangewende materiële vaste activa alsook voor derden.

Vorderingen

De vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde inclusief transactiekosten.

Vorderingen op handelsdebiteuren

Vorderingen op handelsdebiteuren worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van een voorziening voor mogelijke oninbaarheid, die op individuele basis wordt bepaald. De vorderingen worden opgenomen inclusief belasting op leidingwater (BoL). Gezien de looptijd korter dan 1 jaar is de geamortiseerde kostprijs gelijk aan de nominale waarde.

Overige vorderingen

De overige vorderingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs, onder aftrek van noodzakelijk geachte voorzieningen. Gezien de looptijd korter dan 1 jaar is de geamortiseerde kostprijs gelijk aan de nominale waarde.

Liquide middelen

Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van de vennootschap. Indien liquide middelen niet ter vrije beschikking staan, wordt hiermee rekening gehouden bij de waardering. In vreemde valuta luidende liquide middelen worden per balansdatum in de functionele valuta omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. Verwezen wordt verder naar de prijsgrondslagen voor vreemde valuta.

Eigen vermogen

Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als eigenvermogensinstrumenten, worden gepresenteerd onder het eigen vermogen. Uitkeringen aan houders van deze instrumenten worden in mindering op het eigen vermogen gebracht na aftrek van eventueel hiermee verband houdend voordeel uit hoofde van belasting naar de winst. Financiële instrumenten die op grond van de economische realiteit worden aangemerkt als een financiële verplichting, worden gepresenteerd onder schulden. Rente, dividenden, baten en lasten met betrekking tot deze financiële instrumenten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord als kosten of opbrengsten

Voorzieningen

Algemeen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan, waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de omvang op betrouwbare wijze is te schatten.

De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Voorziening toekomstige uitkeringen

Deze voorziening betreft de toekomstige uitkeringen uit hoofde van toekomstige uit te keren diensttijdgratificatie. Voor 2022 werd deze voorziening actuarieel berekend. Vanaf 2022 wordt, gezien de hoogte van de voorziening deze intern berekend door Oasen zelf. De kosten voor een actuariële berekening staan niet meer in verhouding tot de hoogte van de voorziening.

In de CAO 2009-2011 is afgesproken dat de diensttijdgratificatie direct iedere maand via het salaris wordt uitbetaald. Voor bepaalde groepen deelnemers geldt nog een overgangsregeling en wordt de diensttijdgratificatie op de oude manier uitbetaald bij het bereiken van een bepaald aantal dienstjaren.

In 2025 loopt deze voorziening af.

Schulden

Schulden worden bij de eerste waardering gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende, kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. De effectieve rente wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt. Schulden met een resterende looptijd van meer dan een jaar worden onder langlopende schulden opgenomen. Schulden die binnen een jaar vervallen worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Egalisatierekening bijdragen van derden

De egalisatierekening bijdragen van derden wordt gewaardeerd tegen de van derden ontvangen bijdragen in aanleg van aansluitleidingen verminderd met amortisaties. De amortisatie van de egalisatierekening vindt plaats in 25 jaar en is gelijkgesteld aan de afschrijvingstermijn van de investeringen in aansluitleidingen. De jaarlijkse amortisatie wordt verantwoord onder de overige omzet. Het kortlopend deel van de egalisatierekening bijdragen van derden wordt verantwoord onder de kortlopende verplichtingen.

Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve-rentemethode. Dit is meestal de nominale waarde.

Schulden aan kredietinstellingen

Onder schulden aan kredietinstellingen vallen kasgeldleningen en rekening courant kredieten van banken.

Handelscrediteuren

Waardering vindt plaats tegen nominale waarde. Zodra Oasen contractpartij is en/of er een concrete dienst of levering van goederen heeft plaatsgevonden wordt deze in de balans opgenomen.

Financiële instrumenten

Valutarisico

Oasen loopt geen risico, alle werkzaamheden vinden vrijwel allemaal plaats binnen Nederland.

Marktrisico

Oasen loopt geen risico ten aanzien van de waardering van aandelen, opgenomen onder financiële vaste activa.

Rente- en kasstroomrisico

Oasen loopt renterisico over de rentedragende vorderingen (met name onder financiële vaste activa en liquide middelen) en rentedragende langlopende en kortlopende schulden (waaronder schulden aan kredietinstellingen). Met betrekking tot de vorderingen en schulden worden geen financiële derivaten met betrekking tot renterisico gecontracteerd.

Kredietrisico

Oasen loopt geen significante kredietrisico's. Verkoop vindt naast reguliere particulieren, plaats aan zakelijke afnemers die voldoen aan de kredietwaardigheidstoets van Oasen. Verkoop vindt plaats op basis van krediettermijnen tussen de 30 en 60 dagen. Voor grote leveringen kan een afwijkende krediettermijn van toepassing zijn. In dat geval worden aanvullende zekerheden gevraagd, waaronder garantiestellingen.

Oasen heeft geen significante concentraties van debiteurenrisico. De vorderingen op klanten bedraagt in totaal € 10,0 miljoen (ultimo 2024: € 8,3 miljoen). Hiervoor is een voorziening van € 1,2 miljoen getroffen (ultimo 2024: € 1,3 miljoen).

Liquiditeitsrisico

Oasen maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te  kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de kredietinstellingen.